NOEM ME BIJ JOUW NAAM - André Aciman (Ambo Anthos, 2007, vertaald door Nan Lenders)

Pim: Noem me bij jouw naam is het boek dat ik ‘mijn lievelingsboek’ noem. Het boek dat ik mee zou nemen naar een onbewoond eiland. Het boek dat ik altijd naast mijn bed heb liggen. Het boek dat ik zelf had willen schrijven. Het boek waar ik meerdere exemplaren van heb. Het boek waar ik regelmatig aan terugdenk. Het boek waarover ik niet uitgepraat raak. Het boek dat mij deed en doet huilen. Het boek dat toch echt mijn leven veranderde. Het boek waarvan ik meerdere regels uit mijn hoofd kan declameren. Het boek dat ik aan iedereen aanraad. Het boek dat ik op elke verjaardag cadeau geef. Het boek dat –  ik zoek naar de juiste woorden, naar de perfecte omschrijving van wat dit boek voor mij betekent. Maar het boek heeft mij in verwarring achtergelaten zoals alleen een geliefde dat kan.
Noem mij bij jouw naam gaat over zo’n geliefde. Het vertelt het verhaal van Elio en zijn eerste, allesoverheersende verliefdheid. Tijdens zijn allesbepalende zomer wordt hij verliefd, op Oliver. ‘Tot over zijn oren’, zo zouden de meeste mensen de verliefdheid van Elio omschrijven. Maar André Aciman weet dit duizend keer mooier te verwoorden. In prachtige beelden, overpeinzingen, scènes en handelingen toont Aciman de hevige verlangens van Elio. Hij beschrijft dit op zo’n manier dat je als lezer zelf ook verliefd wordt. En als het niet op iemand uit je omgeving is, dan is het wel op het boek zelf.
De vergelijking die ik eerder maakte over een geliefde, gaat dus ook op voor hoe het boek zich laat lezen. Elio is verliefd op Oliver, ik ben verliefd op Noem me bij jouw naam. Misschien is dat wel de omschrijving waar ik naar op zoek was: het boek is voor mij een allesoverheersende, allereerste liefde. Het tragische daarvan is dat het nooit meer terugkomt. Ik kan het enkel nog herlezen.

Edward: Ik heb lang gewacht met het lezen van dit boek. Dat had twee redenen. Ik aarzelde omdat ik bang was dat ik er droevig van zou worden: ik vind het lastig om te lezen over zeer grote liefdes die voorbijgaan (soft, I know), maar ook was ik bang teleurgesteld te worden door het boek omdat ik van Pim wist hoe belangrijk het voor hem was. Een geliefde van een vriend ontmoeten: dat kan hachelijk zijn. Wat als je hem niet zo knap en niet zo bewonderenswaardig vindt als de ander hoopt? In het geval van Noem me bij jouw naam, dat ik in juni 2017 dan toch eindelijk las, was alle vrees ongegrond. Écht droevig werd ik er niet van, ook al gaat het over een liefde die nooit meer terug zal komen. De bewondering voor Aciman overvleugelde de droefheid: wat een stilist! Heel precies benoemt hij alle onderstromen van het opgroeien en van de liefde. De soms flink meanderende zinnen proberen dat wat vluchtig en intiem is tóch te verwoorden. Het boek laat je nadenken over je eigen verliefdheden en de tekens die ze kerfden in je leven. Het trekt je mee, naar beneden, naar omhoog, maar het doet je ook beter ademhalen, zoals alleen grote literatuur dat kan doen. En dus begrijp ik Pims verliefdheid. Dit boek is werkelijk zo bewonderenswaardig en knap als hij hierboven zegt.

Reacties