DE SPARSHOLT-AFFAIRE - Alan Hollinghurst (Prometheus, 2017, vertaald door Ton Heuvelmans)



Pim: Dat het schrijven van romans een vak is dat de Britse Hollinghurst bijzonder goed beheerst, wordt met zijn laatste boek maar weer eens bevestigd. Eerder al, in 2004, won hij de Man Booker Prize met De schoonheidslijn. Die roman heb ik nog niet gelezen, maar dat dat ga ik nu, na het lezen van De Sparsholt-affaire, zeker doen.
Dat dit nieuwste boek geschreven is door een echte vakman, is geen constatering die je tijdens het lezen zal doen. Pas achteraf, wanneer het boek met de nodige leesrimpels weer in de boekenkast staat, komt die gedachte op. Tijdens het lezen begeef je je namelijk in de wereld van het boek, die door Hollinghurst al in de eerste pagina’s geloofwaardig en krachtig wordt neergezet. In het eerste deel van het boek is dat de wereld van Oxford-studenten ten tijde van de Tweede Wereldoorlog: de intelligente, goed belezen studenten kunnen daar in relatieve vrijheid hun gang gaan. Hollinghurst zou Hollinghurst niet zijn als het uitleven van homoseksuele verlangens daar geen groot onderdeel van is.
De studenten raken in de ban van een nieuwe student, David Sparsholt. Een jongen met de kenmerken van een Griekse god, met zijn gespierde lichaam als opvallendste en aantrekkelijkste kenmerk. Wat de studenten op dat moment nog niet kunnen weten is dat ze de naam Sparsholt nooit meer zullen vergeten en nog vaak tegen zullen komen: er zal een affaire naar genoemd worden. Wat deze Sparsholt-affaire inhoudt en wat de gevolgen ervan precies zijn, wordt in het boek langzaam prijsgegeven. Hollinghurst maakt van zinnen kleine puzzelstukjes en geeft het boek daarmee een fijne spanning. Hij vergeet daarbij bovendien niets en weet zelfs de personages die niet meer voorkomen in een later deel, alsnog extra diepgang te geven wanneer er in een achteloze bijzin iets over ze wordt gezegd. Het zijn dit soort zinnen die ervoor zorgen dat het boek een gestructureerd, compleet geheel wordt.
Naarmate je verder komt in het boek ontvouwt er zich langzaam een droevige sfeer, er begint iets te schuren. Dat heeft vooral te maken met hoe Hollinghurst het ouder worden beschrijft: optimisme is ver te zoeken. Toen ik tijdens het lezen Edward hier lichtelijk klagend over appte, antwoordde hij: ‘Ouder worden krijgt inderdaad een centrale plek. Droevig. Alsof Hollinghurst zelf misschien bang is om vergeten te worden.’ Dat lijkt inderdaad het geval te zijn en Hollinghurst koppelt ouder worden aan een aftakeling en vergeten worden. Maar voor dat laatste hoeft Hollinghurst zelf in ieder geval niet bang te zijn: vergeten worden zal hij niet. Niet met zulke prachtige boeken.

Edward: Alan Hollinghurst wordt beschouwd als een van de grootste Britse schrijvers van dit moment, een reputatie die hij verstevigt met De Sparsholt-affaire. Wat ik zo bijzonder vind aan zijn boeken is – wat Pim ook aangaf – het parallelle leven dat je leeft in de dagen dat je ze leest. Waarom verzink je zo in Hollinghursts wereld? Dat is niet makkelijk te ontrafelen, maar ik doe een poging.
Zijn personages, daar begint het mee. Ze zijn, net als wij, niet eenduidig. Vaak (en hoe overkomt ons dat ook niet?) begrijpen ze hun eigen acties en gevoelens nauwelijks. Ze zijn daardoor geen uitgedachte boekfiguren, die elke mus die ze zien neerschieten omdat er nu eenmaal een mus én een geweer gepland stonden op de post-its aan de wand van de werkkamer van de auteur. Nee, de mannen en jongens (want dat zijn het meestal bij Hollinghurst) ademen zichzelf een weg door het verhaal.
Een tweede element is: Hollinghursts wervelende oog voor detail. Lees bijvoorbeeld wat er allemaal in deze passage gebeurt: ‘Dollend trokken ze elkaar onder water, Bastien raakte heel even in paniek, maskeerde dat binnen twee seconden, waarna hij iets jouwde tegen Johnny, zich aan hem optrok met een arm om zijn nek, en Johnny als in een droom en zonder na te denken of te vragen zijn benen om Bastiens middel sloeg.’ Zo ziet een zomerfilmpje van twee elkaar afstotende en aantrekkende veertienjarigen er in één zin uit.
Ten derde is het zo knap dat Hollinghurst niet per se de passages uit een leven beschrijft waarin paukenslagen aan te pas komen. Vaak zijn het onbeduidende tijden waarin plotseling, als een alweer uitwaaiende aanstekervonk, een gebeurtenisje oplicht, een gebeurtenisje dat achteraf een gebeurtenis blijkt, een moment dat voorbijgaat, maar dan één waaraan het leven duidelijk maakt dát er iets voorbijgegaan is, of misschien iets nieuws aangebroken.
We lazen eerder zijn De zwembadbibliotheek (waarvan binnenkort een leesverslag hier op Queerlezen) en inderdaad is De Sparsholt-affaire een streep weemoediger. Maar gelukkig niet alleen dat – het laatste deel van deze roman heet niet voor niets ‘Troost’. Een andere troost is dat er vijf andere dikke Hollinghurst-romans zijn, en dat hij hopelijk nog tijd van leven heeft om er nog minstens drie bij te schrijven. Hij doet gemiddeld zes jaar over een boek, is nu 63, dus met een beetje geluk en gezondheid moet dat lukken.  
    

Reacties