MY BROTHER'S HUSBAND - Gengoroh Tagame (Pantheon Books, New York, 2017)



Edward: Twee Japanse broers zijn uit elkaar gegroeid. De oudste is getrouwd, kreeg een dochtertje, dat hij na de scheiding alleen opvoedt. De jongere is gay, emigreerde naar Canada, trouwde daar met Mike en komt dan te overlijden. Waarna de stevige, gemoedelijke, bear-achtige Mike naar Japan gaat – om de oudste broer van zijn echtgenoot op te zoeken.
Dat zijn de uitgangspunten voor deze manga: een confrontatie tussen twee levenswijzen. Maar zo politiek en sociologisch als dit klinkt is deze manga absoluut niet. Het zwartwit stripboek – dat zich natuurlijk van rechts naar links laat lezen, in plaats van andersom – heeft een stralend middelpunt, namelijk Kana, het dochtertje van Yaichi. Zij is meteen dol op Mike, en haar kinderlijke vragen breken meer open dan alleen het verhaal (‘Een man die met een man trouwt, kán dat? Mag ik dan met mijn vriendinnetje trouwen?’). Ook Yaichi, die weliswaar nooit homofoob is geweest, begrijpt langzamerhand dat hij flinke vooroordelen had, die nu stukje bij beetje afbrokkelen. In een rustig en aangenaam tempo, met veel denkplaatjes en stap-voor-stap-overwegingen, laat de auteur ons meebrokkelen. Mike is steeds meer thuis in Japan, en wij horen steeds meer over het leven van de twee broers. Aan het eind van dit deel is er nog ruimte over voor meer ontdekkingen en verdere waarheden, dus gelukkig staat er op het omslag ‘volume 1’.

Gengoroh Tagame kreeg een enorme Japanse onderscheiding voor dit werk: de Japan Media Arts Award for Outstanding Work of Manga. Hoewel Japan in sommige gedeelten van het land een ‘gay marriage’-vorm kent en er in de Japanse literatuur al in de zeventiende eeuw een beroemde homo-verhalenverzameling geschreven werd, was deze erkenning verrassend en veelbetekenend. Tagame is een bekend manga-artiest, maar hij tekende tot nu toe vooral in een subgenre van de manga, de bara, en dan vooral gay erotica, met nadruk op grote, gespierde mannen en sm.

My brother’s husband is heel anders. Op de achterflap (nou ja, de voorflap) staat dan ook een aanbeveling van een meisje: ‘an eye-opening story about children and parents and how they affect each other. And I’m 11 years old, so I should know.’  Ze heeft gelijk: deze manga is noch een volwassen boek, noch een kinderboek, maar iets voor alle leeftijden. My brother’s husband is prachtig getekend, is voorzichtig, warm, inzichtelijk en ontroerend. Wat mij betreft een van de verrassendste boeken die we hier bespraken. 


Pim: Toen ik een jaar of vijftien was, raakte ik in de ban van de mangaserie Death Note. In een paar weken tijd las ik twaalf manga’s over een middelbare scholier met een wel heel bijzonder notitieboek: door simpelweg de naam op te schrijven, kon hij iemand vermoorden. Dit boek gebruikte hij vervolgens om de wereld te ontdoen van al het kwaad.

Deze maand las ik voor het eerst weer een manga: My brother’s husband. Qua inhoud heel anders dan Death Note, maar het leesprincipe is hetzelfde: van achter naar voor, van rechts naar links. Maar mijn Death Note-periode was alweer jaren geleden en nog voor ik begon met lezen zag ik mezelf dus al constant in de war raken. Ik vroeg me af of het mij niet teveel in de weg zou zitten en of ik er wel aan zou gaan wennen. Maar het antwoord op die laatste vraag luidde: ja, heel gemakkelijk! Al na twee bladzijdes vergeet je de leesmanier die je ooit als vijfjarige is aangeleerd. Van rechts naar links – het is bijna alsof je nooit anders hebt gedaan.

Het kan interessant zijn om je te verdiepen in voor jou onbekende genres, het is leerzaam en verbreedt je horizon. Zo zat deze manga vol met allerlei literaire technieken die je nooit zal terugvinden in een roman. Ik kan nu zo’n techniek helemaal uit gaan leggen, maar ik kan het natuurlijk ook gewoon laten zien. Het lezen van een manga gaat immers niet alleen over tekst, het gaat ook – en misschien wel voornamelijk – om de afbeeldingen:


Zoals de bovenstaande scène laat zien en zoals Edward ook al beschreef, gaat het boek van Tagame over cultuur en cultuurverschillen. Je leert dus niet alleen veel over het genre van de manga, je leert ook veel over de Japanse cultuur. En dat geldt zelfs voor de Japanse lezers: Tagame leert ook zijn landgenoten veel over hun eigen cultuur. Hij houdt ze met het boek een spiegel voor en gaat de confrontatie aan met de heersende opvattingen in Japan. Hij gebruikt hiervoor de kinderlijke onschuld van Kana, een geweldige manier om de gesloten cultuur van Japan open te breken.
Tagame zet uitgebreid de vooroordelen van Yaichi uiteen en de lezer krijgt een goed beeld van zijn innerlijke leefwereld. Hoewel dat soms heel interessant was, stoorde het mij ook op bepaalde momenten. Ik denk dat ik het mooier had gevonden wanneer hij soms wat subtieler was geweest. Wanneer de lezer al genoeg heeft aan een illustratie, bijvoorbeeld de blik op het gezicht van een personage, dan is een paginalange uitleg overbodig. Voor mij als lezer, en met mij waarschijnlijk ook andere (volwassen) lezers, halen dat soort herhalingen en overdenkingen een beetje de vaart uit het verhaal. Tegelijkertijd begrijp ik de keuze: het boek wordt daarmee immers ook leesbaar en begrijpelijk voor kinderen. Een belangrijk streven.

Inmiddels is het alweer bijna tien jaar geleden dat ik vijftien was. Na Death Note heeft het dus tien jaar geduurd voor ik weer een manga las. Waarom eigenlijk? Waarschijnlijk omdat er in onze maatschappij toch een beetje op neergekeken wordt. Het wordt niet gezien als een ‘literair genre’ en je ziet bijna nooit recensies in kranten. Zonde, want er zitten dus eigenlijk hele mooie boeken tussen – Death Note, maar ook My brother’s husband.

 

Reacties