MALE FANTASIES / GAY REALITIES, INTERVIEWS WITH TEN MEN - George Stambolian (The SeaHorse Press, 1984)


Edward: George Stambolian (1938-1991) was een sleutelfiguur in de Amerikaanse gay literatuur. Hij bedacht en redigeerde de zeer spraakmakende vierdelige reeks Men on men: best new fiction, waarin hij verhalen van bekende en aankomende auteurs opnam. Dat deed hij allemaal in de jaren tachtig van de vorige eeuw, en ook het door ons gelezen boek stamt uit die tijd – uit 1984, net na het begin van de AIDS-crisis. Male fantasies/gay realities is een ander boek van hem: een interviewboek.  

Pim: Waarom dan dit boek, zul je je misschien afvragen. De kans is groot dat dit de eerste keer is dat je de naam Stambolian tegenkomt. Hoe anders zou dat geweest zijn als hij niet zo vroeg was overleden aan de gevolgen van AIDS? Edward en ik kenden zijn naam in ieder geval nog niet. We kwamen de interviewbundel per toeval tegen. Onlangs kreeg ik van IHLIA – documentatiecentrum van lhbt-erfgoed – een soort kerstpakket. Nou ja, het was zomer en er zaten enkel afgeschreven boeken in, maar het opwindende gevoel dat ik kreeg was hetzelfde als toen ik vroeger als jongetje de kerstpakketten van mijn ouders mocht openmaken: wat zou er allemaal in zitten? Het antwoord: allemaal bijzondere boeken – waarvan er een aantal nog op Queerlezen zullen verschijnen. Male fantasies/gay realities zat er ook in. De cover zei me niet zoveel, net als de inhoudsbeschrijving: gedateerde interviews, had ik daar nou zin in? Maar uit nieuwsgierigheid begon ik toch met lezen. Ik was meteen verslaafd.

Edward: In het boek staan tien interviews. Elk interview is ruim opgezet, begint met een inleiding (waarom koos Stambolian juist voor deze persoon?), is anoniem (waardoor het zeer, zeer persoonlijk wordt) en gaat over ‘de homoseksuele identiteit’ van de geïnterviewde, met veel aandacht voor lichamelijkheid, relaties en seks. De geïnterviewden zijn door Stambolian ‘de fetisjist’ genoemd, of ‘de knappe jongen’, ‘de zakenman’, ‘de vader’, ‘de romanticus’, ‘the black man’. Soms is Stambolian nadrukkelijk onderdeel van het interview, zo geeft hij aan het begin van de gesprekken vaak aan waar hij de hoofdpersoon ontmoet heeft en ook of hij het bed met ze heeft gedeeld. Bij de ‘analist’ vermeldt hij dat hij graag na het interview (weer) seks met hem had gehad, maar dat dat er helaas niet van is gekomen. De ‘knappe jongen’ kleedt zich tijdens het interview uit (!) en wil even later dat Stambolian dat ook doet – wat dan ook gebeurt. Dit alles geeft al aan dat het boek geen vrijblijvende gesprekken bevat.

Pim: Stambolian weet als geen ander hoe je dat soort gesprekken moet voeren, hoe je goede interviews moet houden. Hij stelt steeds de juiste (vervolg-)vragen en houdt daarbij rekening met de lezer én met de geïnterviewde. Hij zorgt er namelijk voor dat de lezer niet met onbeantwoorde vragen blijft zitten en zet ondertussen de geïnterviewde aan het denken. Samen met Stambolian komt de geïnterviewde zo tot de kern van de zaak. Hij zorgt er daarmee bovendien voor dat het niet om oppervlakkige interviews gaat, maar dat er echt sprake is van diepgang. Het is verder niet alleen de prettige interview- en schrijfstijl die het boek zo mooi maken, het is ook de inhoud van de interviews. Het zijn erg persoonlijke onderwerpen, maar Stambolian weet tijdens het interview een sfeer te creëren waarin de geïnterviewde volledig open kan zijn. Dat gebeurt dan ook: zonder schaamte vertellen ze over de meest persoonlijke dingen, tot in de kleinste details. Soms zorgt dat voor verbazing, maar soms ook voor herkenning.

Edward: Natuurlijk is ook dit boek een product van zijn tijd. De Stonewall-rellen uit 1969, waarbij de homo-beweging voor het eerst terugvocht, lagen nog vers in het geheugen en AIDS, de nieuwe ziekte, had zijn intrede gedaan. Maar doordat het steeds voornamelijk om de eigen verhalen en de diverse seksuele praktijken gaat, blijven de verhalen hun geldigheid behouden.
Niet alle interviews zijn even indrukwekkend, maar wat te denken van de man die graag in het leer gekleed uitgaat, en zegt: ‘It’s a transference of the passion for the vulnerable human skin to the equipment that protects the vulnerability. It’s like kissing a man’s armor.’ Daarna stelt de interviewer de vraag in hoeverre voorkeur voor leren kleding en laarzen teruggaat naar de kindertijd. Natuurlijk is het antwoord bevraagbaar, maar het is een voorbeeld van hoe bondig en beeldend er soms geformuleerd wordt: ‘There must have been a pair of man’s boots in daddy’s closet when we were four years old, and we touched them once and thought we shouldn’t.’ 
Ook het gesprek met de man die een vrouw trouwde en kinderen kreeg is spannend. Hij wist al die tijd dat hij homo was, en toen de kinderen ouder waren besloot hij dat de relatie verbroken moest worden. Hij vertelt in zijn interview dat hij wilde dat zijn vrouw de relatie verbrak, en niet hij, en dus besloot hij om het haar onmogelijk te maken… Als je zoiets leest stokt je adem. En dan volgt er een twist: dat deed hij voor zijn (ex-)vrouw, want ze zou dan geen slachtoffer zijn van zijn homoseksualiteit - ze had immers zelf de beslissing genomen om weg te gaan.
In de interviews verder nog: de zakenman die uitlegt hoe macht werkt (iets met papiertjes oprapen), de knappe jongen die vertelt hoe hij een man die hem achternaliep in de lift naar een hoge verdieping klaar liet komen zonder aangeraakt te worden, en de man die zijn masturbatiefantasieën onthult, waar onder andere een toekomstplaneet in voorkomt met allerlei jongens die ‘nurturers’ zijn, of ‘freewheelers’.
Op de beste momenten van dit boek vraag je je af: hoe kreeg Stambolian deze mensen zover om dit te vertellen? En ook: wat tragisch dat hij tien, twintig, dertig jaar later geen nieuwe versie van dit boek heeft kunnen maken.    

Reacties