OP AARDE SCHITTEREN WE EVEN - Ocean Vuong (Hollands Diep, 2019, vertaald door Johannes Jonkers)


Pim: Als dichter maakte Ocean Vuong eerder al indruk met Night Sky with Exit Wounds. Voor deze prachtige (queer-)gedichten won hij prijs na prijs. Dit jaar maakt hij opnieuw indruk, maar nu als romanschrijver. Zijn indringende debuut Op aarde schitteren we even wordt zowaar met nóg meer lof ontvangen.

De roman bestaat uit één lange brief van een jongen (die de bijzondere naam ‘Hondje’ draagt) aan zijn moeder. Een brief die zijn moeder overigens nooit zal lezen – dat kan ze niet. Maar dat biedt Hondje juist de gelegenheid om helemaal open en eerlijk te zijn. En zonder pijnlijke details weg te laten, schrijft hij aan haar hoe hij zijn jeugd heeft beleefd. Het zijn jaren vol geweld, angst en verslaving. Zijn moeder en oma zijn van Vietnam naar de VS verhuisd, maar hebben de gruwelijke Vietnamoorlog met zich meegenomen. Zo wordt Hondje, via hun trauma’s, ook slachtoffer van die oorlog. Het is dus zeker geen makkelijke jeugd, maar de lezer krijgt heel even hoop wanneer Hondje vertelt over zijn ontmoeting met Trevor. Zijn verlangen wordt beantwoord en al gauw ontdekken de twee puberjongens elkaar én zichzelf.

De autobiografische roman is vaak rauw, soms ineens heel liefdevol, maar altijd poëtisch. De sporen van Vuongs dichterschap tref je dan ook op elke pagina aan: indrukwekkende sfeerbeelden, zintuiglijke zinnen en goed gevonden vergelijkingen. Soms is het zelfs letterlijk poëzie. De jonge schrijver laat in deze poëtische taal zien wat het betekent om als Vietnamese immigrant én jonge homo in de Verenigde Staten op te groeien. Daarmee heeft hij een belangrijke, actuele roman geschreven.

Edward: ‘Ik vertel je niet zozeer een verhaal als wel een schipbreuk – de drijvende brokstukken, eindelijk leesbaar.’ Dat schrijft Vuong in zijn roman óver zijn roman. En zo voelt het ook. Je neemt brokstuk na brokstuk tot je, en aan het eind heb je het idee dat je een drijvend geheel overziet, waarin af en toe wat wegzinkt, waarin je hier en daar een aaneenklontering denkt waar te nemen, maar toch vooral: een geheel. Een schitterend geheel.

Over dit boek schrijven kan bijna alleen maar in metaforen. Niet in het minst omdat Vuong die zelf ook overvloedig toepast. Sommige beeldspraken omarmen het geheel prachtig: dat van de monarchvlinders bijvoorbeeld – vlinders die in de winter duizenden kilometers van Canada naar Mexico trekken. Sommige vlinders sterven onderweg, andere geven bij aankomst (ze zullen zelf nooit teruggaan) de coördinaten van hun oorsprong aan hun nakomelingen door. Op dezelfde manier laat het boek zien dat het oorlogsverleden van de moeder en grootmoeder geïnjecteerd is geraakt in het leven van ‘Hondje’.

Het lezen van Op aarde schitteren we even kan alleen maar met aandacht gebeuren (en echt: als het boek uit is wil je meteen opnieuw beginnen). Vuongs schrijfstijl dwingt een aangename leesverlangzaming af, want alles is zintuiglijk, alles is rijk – Proustiaans bijna. Toch, hoewel lang niet alles meteen begrijpelijk is en van vet plot voorzien, doet het boek niet moeilijk aan. Dat komt misschien door de dosering: Vuong biedt zijn brokstukken steeds in korte episodes aan.
En door de blinkende poëzie. Er flitsen voortdurend prachtige beelden op. Zoals dit, als de kleine Hondje in de schoolbus gepest wordt en naar zijn schoenen met lichtjes erin kijkt:
‘Met mijn voorhoofd tegen de stoel vóór me gedrukt schopte ik tegen mijn schoenen, eerst zachtjes, toen harder. Mijn sneakers barstten uit in stille lichtflitsen: de kleinste ambulances ter wereld die nergens heen gingen.’
     

Reacties